Kritiek en taboe in post-11 september
Vlaggen en crisis
Ik ben op de terugweg na een dag veldwerk in een stadje bij de kust van Noord Carolina, en in een poging files te vermeiden verzand ik op kleine weggetjes door het platteland. Voor me rijdt een olie verslindende 4-wiel aandrijving jeep met achterop een reserve wiel met een cover waarop in groot rood, wit, en blauw een wapperende Amerikaanse vlag is verbeeld. Eronder valt een text in dikke letters te lezen: “There is only one.” Er is alleen maar één vlag. Dé vlag. Symbool van het romantisch Amerikaans patriotisme dat de behoefte aan eenheid en samenhang vetregenwoordigd in een land dat na de schok van 11 september niet meer dezelfde lijkt te zijn. Al twee weken na 11 september waren vlaggen uitverkocht in de meeste winkels. Grote vlaggen, kleine vlaggen, magneet vlaggen voor op de auto en koelkast, sticker vlaggen. Het middel bij uitstek om zowel sympatie met de 9/11 slachtoffers te verbeelden alsook het vertrouwen in het Amerikaanse vrijheidsideaal hoog te houden. Maar hoe is het gesteld met die vrijheid in de “times of war,” waarin het leiderschap van de machtigste staat meldt aan de wereld dat “you are either with us, or against us”? In hoeverre is er een sfeer geschapen in de Verenigde Staten waarin kritiek op de War on Terrorism als onacceptabel de mond gesnoerd wordt? Is kritiek taboe?
Mary Douglas suggereerde in
haar 1967 boek “Purity and Danger” dat wanneer er iets gebeurd dat niet
makkelijke past binnen de geaccepteerde categorieen het als
"abnormaal" gekenmerkte op een of ander manier tot de order geroepen
moet worden, via herinterpretatie, fysieke controle, straf, purificatie,
reordening, of ontsmetting. Een taboe
Een dwingende
sfeer
Kritiek op de War on Terror werd in de beginfase voornamelijk als anti-Amerikaans of “anti-patriotisch” gezien. “I follow the media quite obsessively”, schrijft een 43 jaar oude Oost Europeaanse assistent professor in Anthropologie en Vrouwenstudies, “and there is definitely a taboo on being critical of the War on Terrorism (even Dan Rather said so on BBC!!). The usually more critical PBS has been far from critical and everyone is very careful not to be seen as not being patriotic. I think that it has a lot to do with the confusion of criticism with hatred - most people equate those two.” Een linkse anthropologie student schrijft met betrekking tot de acceptatie van kritiek: “I think people see it as inappropriate. Things are so twisted that people see critique as a support of terrorism. If you criticize Bush or his ideas you are somehow insulting those who died on 9/11.”
Van de andere kant van de
politieke spectrum is een ander spraakgebruik te herkennen, waarin agressieve
Bush-termen als “stamping-out terrorism” gerecycled worden. Een 68 jaar oude
pro-war aanhanger schrijft: “In the
De kritiek ervaren
De dwingende sfeer die eenheid oplegde was zeker niet welkom onder alle Amerikanen. Amerika is een groot land met een heterogene bevolking, en kritiek is zeker aanwezig in verschillende vormen. Mijn eertse button “Dissent is Vital to Democracy. Hear it!” werd mij al vrij snel na het incident aangereikt via de “Peace is patriotic too” beweging. Kleine demonstraties zijn deel geworden van het straatbeeld, meestal gesteund door een mix van geroutineerde anti-Reaganists, ouderen die zich tijdens de Koude Oorlog voor hetzelfde vredes doel inzette, en jonge studenten die vanuit de meer anarchistische, anti-globalisering beweging hun raakvlak vinden. Veel van de organisatorische input komt van liberale kerken, zoals de Unitarian Universalist Church, en Universitaire organisaties die met regelmaat “teach-ins” organiseren. Over het kritisch gehalte van de media zijn de meeste links activisten erg negatief: “There is nothing on television but the party line.” Links kritische beschouwingen, lijkt het, moeten vooral gevonden worden in ondergrondse email correspondenties, alternative media op het internet, de Washington Post, New York Times, tijdschriften als de New Yorker, Slate, en Harper, publicaties van cultuur critici als Noam Chomsky en Micheal Moore, en “occassionally someone was brave enough to vent their feelings on National Public Radio.”
Publiek uitspreken tegen de militaire oplossing was voor sommigen een zaak met persoonlijke repercussies en grote politieke gevoeligheid, op het werk of in publiek. Catherine Lutz, een Professor in de Anthropologie en ethnograaf van de militaire cultuur in de Verenigde Staten sprak op een recent forum over academische vrijheid: “I draw this from the hate mail which I get plenty. You eventually encounter intimidation and even death threats. This is very disturbing. I hate to pass on the bad news, but… somebody might call you up and say there's an assassination squad heading for your office." Lutz legde later aan mij uit dat als cultureel analist van de Amerikaanse militaire cultuur in haar achtertuin, haat-mail geen zeldzame gebeurtenis voor haar meer is, maar dat ze toch wel erg geschrokken was. In haar conceptie past haat-mail in de taal van geweld wat precies is waar de oorlog over gaat. Het idee dat geweld geoorloofd is in de naam van de politiek. “They are using the same exact feeling and ideas.”
Voor anderen die minder
uigesproken zijn golden andere, maar evenmin serieuze spanningen, waarbij bijvoorbeeld social
relaties in het werk op het spel stonden. Een 35 jaar oude bosbeheerder: “I
work in the public sector and my co-workers are patriotic americans. Any
comment that may be seen to be critical of the war on terrorism has to be
carefully stated with a glance over the shoulder.” Een 25 jarige politicologie
student met een arabische achtergrond: “At work, or among acquaintances when
this has come up, people were so angry and would only talk about getting all
immigrants out of the country and blowing up
Taboe of niet?
Net als de
Toch is het uitblijven van publieke
verontwaardiging over een sfeer zo dwingend als geillustreerd, en in relatie
tot een debat over een militaire reactie die de wereldbalans serieus verstoren
Maar een politieke uitleg alleen voldoet niet. De
relatieve stilte lijkt ook te passen binnen het cultureel bewsutzijn van de
gemiddelde Amerikaan. In dagelijkse sociale relaties spelen de angst voor
conflict, schaamte, en bijbehorende sociale uitsluiting een veel dominantere
rol dan Europeanen gewend zijn. "Politiek" als gespreksonderwerp is
veelal taboe onder vrienden tijdens cocktail feestjes. Politiek conflict wordt
liever vermeden dan aangegaan. Zelfs op de Anthropologie afdeling waar
Catherine Lutz zich bevindt wordt kritiek subtiel gebracht met wat humor, en
zelden volop geuit. De ogenschijnlijke simpelheid en eenduidige reactie van het
Amerikaanse volk in de ogen van de Europeaan weerspiegelt dit gebrek aan
interne expressie van het conflict, maar betekent niet dat afwijkende meningen
niet bestaan. De reactie bestempelen als "taboe" is in die zin een
politieke daad die de vinger eenzijdig naar een "gekozen"
administratie wijst. Voor een groot deel, het taboe zit in de Amerikaan zelf.